25 °C
25°C
Zonnig
 

Groot en toch klein

 

Datum Reisverslag 13-05-2006

Australië

We hebben nu driekwart van het rondje Australië afgelegd. Uiteraard maak je van te voren in je hoofd een voorstelling van hoe het zal zijn. Veel daarvan is uitgekomen maar veel zaken zijn toch weer anders dan je jezelf had voorgesteld. Australië is een continent dat met geen ander te vergelijken is. Wat meteen opvalt zodra je Australië binnenkomt, is de grote verscheidenheid aan planten en dieren. Adembenemend gewoonweg. Het kan maar zo gebeuren dat een grote leguaan (denk aan twee meter lang) ’s morgens bij je tent komt bedelen om wat restjes eten. Zodra het ’s morgens licht wordt, is het een kakofonie van allerlei vogelgeluiden geproduceerd door allerlei prachtige vogelsoorten. Of je rijdt met je auto en ineens vliegt er een roofvogel op met een slang stevig vastgeklemd in zijn klauwen. En zodra het donker wordt, vliegen er enorme grote vleermuizen (formaat kraai) boven je hoofd op zoek naar iets eetbaars. Met een beetje ‘geluk’ zitten ze in de bomen om je tent om de hele nacht te vullen met allerlei spookachtige geluiden.
En dan de afstanden. Zodra je weg bent uit de bewoonde wereld (lees de oostkant van Australië) kom je in het ‘echte’ Australië terecht. Dat betekent lange, lange wegen waarbij je het gevoel krijgt dat de mensheid aan het uitsterven is want gedurende lange tijd kom je niemand tegen. In dit soort verlaten gebieden is het essentieel om genoeg drinkwater en eten bij je te hebben om maar niet te spreken van pech onderweg. Komt je dan toch een auto tegemoet dan gaat er een hand omhoog om elkaar te begroeten. En ben je even gestopt om het overbodige vocht te lozen dan stopt de langsrijdende automobilist geheid even om te vragen of alles nog OK is.
De wegen zijn soms geplaveid en soms ongeplaveid. De enige afwisseling die je krijgt voorgeschoteld zijn de Roadhouses. Een Roadhouse is niets meer dan een benzinestation meestal gecombineerd met een camping. En dat was het dan. Daarna volgen weer honderden kilometers waar de koeien en de termietenheuvels je enige metgezel zijn. En dit gaat dag in dag uit zo door. De koeien grazen vrij rond en worden beheerd door zogenaamde Cattle Stations. Vergis je niet in de afmetingen van deze Cattle Stations. Een gemiddeld grote gemeente in ons land zou jaloers zijn op het oppervlak van een Australische Cattle Station. Koeien worden alleen gehouden voor het vlees. Om ze bijeen te jagen voor de verkoop worden de originele cowboys van stal gehaald. Meestal ook te paard maar vaak wordt het paard ingeruild voor motorfietsen of zelfs voor helikopters. Nee, boer zijn in Nederland is wel even iets anders.
Ik denk dat wij mogen stellen dat wij niet bang zijn om een paar kilometertjes te rijden maar het is toch wel even wennen aan die enorme afstanden, uitgestrektheid en leegheid. Van te voren is daar moeilijk een voorstelling van te maken. Je moet het gewoonweg meemaken om te begrijpen hoe bijzonder dit eigenlijk is.
De uitgestrektheid van Australië moet je ervaren om het te begrijpen.
Uitgestrektheid

Uitgestrektheid

Vanaf Katherine rijden we via Roper Bar over de Savannah Way. De weg is zomaar eens niet afgesloten maar ook hier is te zien dat de cyclonen een onvoorstelbare hoeveelheid water hebben achtergelaten. De Creek crossings (excuus voor de engelse term) die normaal altijd droog zijn, zijn hier allemaal gevuld met water, soms met veel water. Dan komen we bij de Limmen Bight River. Het water stroomt erg snel en het ziet er redelijk diep uit. In het midden van de doorwading stuwt het water omhoog. Blijkbaar ligt er een groot rotsblok op de weg waartegen het water opbotst. Kunnen we hier wel doorheen? Teruggaan is een optie maar daar hebben we allebei niet zoveel zin in. Langzaam rijden we de rivier in. Het wordt dieper en dieper. Het water komt gevaarlijk dicht bij de buitenspiegels. Op zich allemaal geen probleem ware het niet dat het water zo vreselijk hard stroomt. Het laatste dat we willen is meegesleurd worden met de stroom. En dan komen we bij het rotsblok. Heel langzaam rijden we door en wonder boven wonder kunnen we zonder al te veel problemen het water weer uitrijden. We slaken een zucht van verlichting.
Een paar kilometer verderop staat er iemand op de weg. Toch wel bijzonder want we hadden de hele dag nog geen auto gezien. Uiteraard stoppen we even. Het blijkt iemand te zijn die daar al een aantal dagen aan het wachten is tot het niveau van de Limmen Bight River zal gaan dalen naar een acceptabel niveau. Ondanks dat wij er doorheen waren gekomen, besloot hij toch nog maar wat langer te wachten....

Limmen Bight River

De Limmen Bight River, een verraderlijke diepe doorwading


Hij weet wel te vertellen dat de rest van de Savannah Way afgesloten is. Maar hoe kan dat? We hebben toch in Katherine geïnformeerd! De Savannah Way zou helemaal open zijn. Blijkbaar zijn ze daar dus niet goed op de hoogte. We besluiten de Savannah Way te verlaten en via de ‘gewone weg’ naar Cairns te rijden.

Op 26 mei halen we Dorien, onze oudste dochter van het vliegveld in Cairns op. Helaas kan Carla, onze andere dochter, niet meekomen in verband met haar studie. Jammer maar we kunnen niet alles hebben.
Dorien heeft een ambitieus plan. In de drie weken die we met z’n drieën ter beschikking hebben, wil ze half Australië doorkruisen. Van Cairns via Alice Springs naar Adelaide en zo naar Sydney. Tja, met ouders die in één jaar tijd 75.000 kilometer rijden en dat dan vakantie noemen, krijgt ze het reizen met de paplepel ingegoten. Het zijn haar drie weken en voor ons is niets te gek dus we gaan op pad.
Via Normanton en Barkley rijden we richting Alice Springs. Meteen één van de eerste nachten is weer raak. ’s Nachts wordt ik wakker van geschreeuw op de camping. Het is 3:00 uur. Er staat iemand op de deur van een caravan te bonken terwijl hij schreeuwt. Nee toch! Niet weer dronken Aboriginals! Heel zachtjes maak ik Marieken en Dorien wakker. Dorien ligt in de auto te slapen. We kunnen met haar praten via portofoons. Ook zij horen deze herrie. Het gebonk gaat nog steeds door. Dan rijdt er plots een roadtrain weg en het gebonk en geschreeuw stopt. Wat te doen? We besluiten de boel maar op te breken en verder te gaan. We zijn nu toch klaarwakker en slapen lukt geheid niet meer. Die dag maken we wel lekker veel kilometertjes.
We stoppen bij de Devils Marbels. Een prachtig natuurverschijnsel. Zo mooi dat we besluiten hier te overnachten. De Devils Marbels zijn rotsen in de vorm van enorme knikkers. Soms liggen ze zodanig dat je denkt dat ze elk moment kunnen wegrollen.

Devils Marbels

De Devils Marbels


Na de Devils Marbels staat Alice Springs en Uluru (Ayers Rock) op het program. We haasten ons er naar toe. Maar dan blijkt dat de entree-prijs van het Park $25,- per persoon is. Wij zijn met zijn drieën, dus $75,-. Tel daarbij de Camping die tegen de veertig dollar kost. Samen meer dan $100,-. Dan komt toch weer de Nederlandse krenterigheid boven drijven. We besluiten op afstand een foto van Ayers Rock en de Olga’s te maken en terug te gaan naar een gratis Camping. Toch weer meer dan $100,- bespaard.

Op naar de volgende attractie zijnde Boggy Hole Track. Een off road route die dwars door de bush van Australië loopt. Het grootste deel van de track rij je door een droge rivierbedding. Soms gaat het pad over rotsen en soms is het mul zand. Maar bovenal, de natuur is geweldig mooi. Kortom een geweldig stukje off roaden.

Door een droge rivierbedding

Boggy Hole Track; door een droge rivierbedding


Dan gaan we eens rekenen. Hoeveel dagen hebben we nog met z’n drieën en hoeveel kilometers nog te gaan. Deze rekensom pakt erg negatief uit ofwel het is ondoenlijk om nu ook nog naar Adelaide te gaan en via de Great Ocean Road naar Sydney te rijden. We besluiten om richting oostkust te gaan en Fraser Island met een bezoekje te vereren. We nemen de Plenty Highway, een dustroad van honderden kilometers lang. Ook dit is weer een weg waar we zo goed als geen andere weggebruikers tegenkomen behalve vele vele kangoeroes die de auto toch wel heel graag van zeer dichtbij willen aanschouwen.

Bij Fraser Island aangekomen nemen we de middagferry. We kunnen nog net mee met die van 14:30 uur. Tegelijk met het boeken van de ferry krijg je een permit om op het strand van Fraser Island te mogen kamperen. Dat betekent wel dat we eerst het eiland over moeten steken want er is alleen strand aan de zijde van de oceaan. We rijden de zandige paden op. Nog geen 15 minuten later komt ons een grote bus tegemoet. Het pad is één bus breed dus daar staan we dan tegenover elkaar. Een off road bus vol met mensen en wij. Eén van de twee moet achteruit. Op zich kunnen wij wel achteruit. Inmiddels heb ik aardig leren manoeuvreren met de trailer. Maar met de trailer in het mulle zand achteruitrijden is toch een lastige opgave. De buschauffeur stapt uit. Na een kleine woordenwisseling besluit hij maar achteruit te gaan totdat wij, op een wat breder gedeelte, de ‘berm’ in kunnen. En als hij ons dan passeert, roept hij uit het raam dat wij hier aan de zijkant van het pad nog driekwartier moeten wachten om zijn collega-bussen te laten passeren. Nou, ik dacht het niet. De eigenwijze Nederlander rijdt toch door. En ja hoor. Al snel komt er weer zo’n bus de hoek omzetten. En even later weer één en weer één. Dat gaat zo nog even door. Hoewel ik in de korte tijd al snel enige routine en creativiteit in het passeren van die bussen opbouw, blijft steeds weer spannend hoe we elkaar moeten gaan passeren. Maar uiteindelijk bereiken we het strand. Inmiddels is het al donker geworden. We rijden over het strand om een geschikt overnachtingsplekje te vinden. Daar! Achter de duinen. Dat lijkt ons wel wat. We rijden de duinen in. Nu hebben duinen de onhebbelijkheid dat ze niet vlak zijn en dat ze veel los zand bevatten. Deze combinatie was voldoende om ons vast te laten lopen. Voor het eerst gedurende onze reis zaten we vast. Achteruit dan maar. Echter de aanhanger was door het losse zand en het smalle pad onbestuurbaar geworden. De aanhanger vond het nodig om zodanig te scharen dat we niet meer voor of achteruit konden. Dan maar de lier. En die heeft ons keurig netjes uit de misère geholpen. Even later stonden we toch nog op een prachtig plekje in de duinen langs het strand.

Kamperen op Fraser Island

Kamperen op Fraser Island


Het is 8 juni als we weer Fraser Island verlaten en richting Rainbow Beach rijden. Ook daar weer lekker zanderig, prachtige natuur (regenwoud) en heerlijk strandrijden.
Maar zoals aan alles komt ook aan ons samenzijn toch weer een einde. We brengen Dorien naar Brisbane. Via internet hebben we een binnenlandse vlucht geboekt die haar naar Sydney zal brengen.
En dan op de valreep gebeurt er nog een klein wondertje.
Laat het me uitleggen. Als symbool van onze reis hebben we een koalabeertje. Deze staat op de website en we hebben een speelgoed beertje in de auto. Meteen vanaf het begin in Australië zijn we op zoek gegaan naar een koalabeer in het wild. Maar, geen geluk. We hebben er geen gezien. En als je de Aussies zelf mag geloven moet je echt geluk hebben om er één te zien. Je snapt het al. Vlak voor het vertrek van Dorien rijden we nog snel even door een natuurpark in de buurt van Brisbane. En daar zit er één in een boom. Geweldig! En eerlijk is eerlijk. Het was Dorien die ‘m ontdekte. Chapeau!

Koala

Toch nog een Koala in het wild gezien


Scheiden doet lijden. We wensen Dorien een goede terugreis en we zijn weer met z’n tweetjes. We troosten ons met de gedachte dat we over twee maandjes onze beide dochters weer zullen zien.

Wij rijden langzaampjes aan richting Cairns om onze buurman en een vriend van hem van het vliegveld te gaan ophalen. Met hen gaan we naar Cape York. Best wel spannend want de wegen naar Cape York zijn tot nu toe gesloten geweest. Maar de laatste berichten zijn dat goed. Cape York is weer opengesteld.

We zijn nu zo’n vier maanden in Australië. Zoals gewoonlijk brengen we de nacht door op de gratis rest areas. Met onze daktent op de aanhanger en een afwijkende Toyota Landcruiser vallen we daar redelijk op. Steeds meer gaat het ons overkomen dat mensen ons aanspreken met de tekst ‘heb ik jullie niet eerder op die en die camp area zien staan?’. Ineens is Australië dan toch weer klein.

Dit reisverslag bestaat niet. Klik op de index knop voor een overzicht van reisverslagen.

Click for EnglishClick for English